Leegstand: We (ondernemers, beleggers, eigenaren, gemeente) moeten elkaar wakker maken, stimuleren en niet de put in praten.

Deze blog is geschreven door William van der Meulen, voormalig manager city marketing bij City Marketing Lelystad en vice-voorzitter ECL.

Steden hebben al meerdere jaren te maken met leegstand van winkelpanden (kijk maar eens in plaatsen als Kampen, Deventer, Purmerend, Ommen en Barneveld om er maar wat te noemen) en – plotseling – is Lelystad weer het zwarte schaap. Ja natuurlijk, want de economische recessie gaat helaas niet aan onze stad voorbij. Ik lees met plezier je opvattingen over het ‘gevecht’ tegen de leegstand van (winkel)panden. Daarbij ben ik van mening van het gaat om twee zaken:
kwaliteit (gebaseerd op marktvraag) van de beschikbare retail en de belevingswaarde van het winkelgebied. Bij jou ligt – naar mijn mening – het accent wat meer op die belevingswaarde en alles wat daarbij komt kijken. Echter, die belevingswaarde is een vorm van aandachttrekkend decor.
Basis is de beschikbare retailkwaliteit.

Daar is voor Lelystad wel wat aan te doen. En ik zou je graag het volgende willen voorleggen (en ben tevens bereid het nader toe te lichten):
Natuurlijk is het de gemeente die het openbaar gebied beheerd en in die zin zou nieuwe sfeervolle verlichting, wat meer kleur aan gevels en passend straatmeubilair in o.a. het Stadhuisplein en de Neringpassage (weg met de verroeste en smerige rode prullenbakken) al wat helpen. Maar het gaat er met name om welke kwaliteit er wordt geboden en hoe je daarmee de aantrekkingskracht op en de routing van het kooplustige publiek kunt beïnvloeden. In die belevingswaarde kan historie tevens een rol vervullen.
Op het Stadhuisplein zouden bronzen tegels (80 x 80) gelegd kunnen worden rondom de Zuil van Lely met daarin namens en gegevens van personen die in het verleden hebben bijgedragen in de ontwikkeling van dit gebied en de stad (voorbeelden: ir. Otto, ir. Smeding, prof.dr.ir. Van Duijn, drs. Gruijters, drs. Leeuwe, prof. Adriaan Geuze). Zo ontwikkel je tevens een historische besef en stadstrots (prachtige voorbeeld gezien in Darling Harbour Sydney) bij de huidige en toekomstige inwoners.

In de Neringpassage staan winkelpanden leeg. Dat is de mogelijkheid om nieuwe
impulsen aan dat deel van het Stadshart te geven. Die straat inrichten als hoogwaardige ‘versstraat’ zou de publieksstroom op gang kunnen helpen (stimuleren). Dat vraagt natuurlijk om overleg met de eigenaren, maar het is de moeite van het overwegen waard. Multivlaai is er gevestigd, net als Erica bloemenhal en Rozenmarijn. Die passen in dat beoogde beeld en kunnen worden gecombineerd met winkels op het gebied van kaasassortiment (sloop de oude kaaswinkel op de Agorahof), een ambachtelijke slager (en traiteur), een winkel voor verse groenten en fruit (zoals in het Lelycentre), een winkel met olijven
en verse pesto’s, een wijnhandel (particulier), een visspecialiteiten zaak, een delicatessezaak en een patisserie.
Dit type winkels (zeker als zelfstandige ondernemers = geen keten) willen niet al te grote winkels en een beheersbare huursom. Trek de gevels naar voren, maak schuifpuien, maak sfeervolle bestrating en zo krijgt deze straat de benodigde kwaliteitsimpuls waardoor tevens de routing door het centrum positief wordt beïnvloed.

Plaats je dit type winkels bijeen, dan ontstaat er een publieksstroom (in andere steden aanwijsbaar succesvol) en het is een variatie op de in grote steden herkenbare ‘dagmarkt’. Waar het om gaat is dat je als overheid voortouw moet nemen, de lef moet hebben om dat soort plannen op te pakken en je er voor in te zetten (initiëren, sturen, werven en begeleiden).

Voor wat betreft het Stadhuisplein: een trekker er bij kan andere ondernemers enthousiasmeren. Ik heb begrepen (en gelezen) dat Kentucky Fried Chicken (KFC) in alle provinciehoofdsteden gevestigd wil zijn. De moeite waard om eens te kijken of de benedenverdieping van het voormalige postkantoor daar geen optie voor zou kunnen zijn. Ook dat stimuleert de routing van het winkelende publiek. Wellicht dat je als lokale overheid in het aantrekken van dergelijke imagodragers moet investeren / faciliteren (direct c.q. indirect).

De mogelijkheden van een gemeente als niet-eigenaar zijn weliswaar beperkt, maar creatief meedenken en handelen kunnen de zaak op gang helpen. Wellicht heb ik met deze voorzet van een leek toch een prikkel gegeven en ik ben altijd bereid (dat weet je) tot meedenken.

William van der Meulen
voormalig manager city marketing bij City Marketing Lelystad
vice-voorzitter ECL

Advertenties

Een Reactie op “Leegstand: We (ondernemers, beleggers, eigenaren, gemeente) moeten elkaar wakker maken, stimuleren en niet de put in praten.

  1. Goed verhaal, wat ik wel denk is dat retail beleving dus wat ervaart de klant bij zijn bezoek aan het stadshart, en retail kwaliteit wat brengt een ondernemer zo ver om te investeren in een goede aantrekkelijke lokatie hand in hand gaan de verpakking leid tot de inhoud hier kan een enorme verbeterslag gemaakt worden die mijns inziens het investeren waard is.

    Dit houdt ook in dat alle rand activiteiten van een goede aanpak voorzien dienen te worden zoals het theater, horeca etc., ik noem het de entertainment factor samen maakt dit een belevenis vol centrum het gaan naar het centrum is meer en meer entertainment, recreatief, beleving en sale geworden, en niet alleen meer de dagelijkse boodschappen en toebehoren naar de stad gaan moet de “fun” factor hebben dat geld voor de mensen die er winkelen, werken en wonen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s