Kantorenleegstand; een ander verhaal

Gelezen op Herbestemming.nu:
http://www.herbestemming.nu/editie-1/1281/zeven-tinten-grijs

De leegstand onder kantoren grijpt om zich heen. Het nieuwe werken luidt het einde in van een tijdperk. De gemiddelde Nederlander zal het een zorg zijn. Slopen maar, die saaie beton kolossen en koude glaspaleizen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) plaatst het vraagstuk in een ander perspectief. ‘Meer dan de helft van de werkende mensen bracht hier de afgelopen decennia een groot deel van zijn dag door. Daar kun je niet zomaar aan voorbij gaan’, aldus Erik Kleijn. De RCE bracht daarom het tijdperk van het kantoorgebouw in beeld. Hij onderscheidt zeven tinten grijs met veel meer sex appeal dan gedacht.

Door Machteld Linssen

‘In de hele discussie over leegstand zijn met name de naoorlogse kantoren een soort vogelvrije categorie. Die vindt men niet sexy, niet aaibaar. Maar ook over die gebouwen is een buitengewoon boeiend verhaal te vertellen. In die kantoren zie je alle veranderingen in onze samenleving terug. De ontwikkeling van een productie- naar een diensteneconomie, het wegvallen van de gezagscultuur, veranderende opvattingen over de architectuur, bedrijfsvoering en organisatiecultuur, innovaties in de bouwtechniek en kantoorautomatisering en nog zoveel meer’, vertelt Erik Kleijn, hoofd van de afdeling Gebouwd Erfgoed van het kenniscentrum RCE.

In zijn opdracht is door cultuurhistoricus Leon van Meijel en architect Teake Bouma een quick scan gemaakt van de cultuurhistorische rijkdom van met name de naoorlogse kantorenvoorraad. ‘We willen de vastgoedwereld en de overheid uitdagen om er ook op een andere manier naar te kijken. Zodat ook andere mechanismen dan de boekhoudkundige een kans krijgen. Het besef dat zo’n kantoor ook een andere waarde kan hebben, het verhaal dat achter de gevel schuil gaat, dat alles kan inspireren tot andere oplossingen dan waar nu iedereen voor kiest.’

Meer informatie: Kantoorgebouwen in Nederland 1945-2015 – Cultuurhistorische en typologische quickscan

Van alle kantoren die definitief uit de roulatie worden gehaald, wordt 60% gesloopt en 40% herbestemd. Kleijn: ‘Op zich vinden wij sloop niet alarmerend. En we gaan ook helemaal niet strak op de beschermingskant zitten. Maar we vragen wel aandacht voor die andere kant van het begrip “van waarde”. En dan zijn lelijkheid of boekhoudkundige nul-waarde geen argument. Dit is onze steen in de vijver. En we zijn erg benieuwd of universiteiten de cultuurhistorische dimensie verder willen uitdiepen. Of dat bijvoorbeeld real estate opleidingen de handschoen oppakken en al die stromingen in dat kantorenlandschap weten te koppelen aan het transformatievraagstuk.’

Voorproefje van zeven grijstinten

De Nederlanden van 1845, Den Haag
1. Witte boorden fabrieken 1850-1945
De industriële revolutie veroorzaakt een schaalvergroting in de samenleving. Administratie en registratie winnen aan belang om grip te houden op de gang van zaken. Ze krijgen een eigen onderkomen; het kantoor. De kantoren worden het visitekaartje van de bedrijven en overheden. De manier waarop men binnen de gevel de administratieve functies organiseert, doet denken aan een lopende band voor witte boorden. De medewerkers zitten in rijen achter en naast elkaar onder toezicht van de chef in grote lichte en gestapelde kantoorruimtes. De typekamer met ratelende typemachines is het archetype van deze tijd.

Stadhuis, Hengelo
2. Representatieve werkpaleizen 1945-1955
Vlak na de Tweede Wereldoorlog worden relatief weinig kantoren gebouwd. Eerst moet de woningnood worden gelenigd en de industrie worden aangejaagd. Nieuwe kantoren worden opgetrokken in ambachtelijke baksteenarchitectuur en natuursteen. In de vormentaal van de architectuur zijn vertrouwen, degelijkheid en gezag kernwaarden. In het interieur doet het cellenkantoor zijn intrede; kleine werkruimtes aan weerszijden van lange, smalle gangen. Naast de representatieve werkpaleizen die in opdracht van een eigenaargebruiker worden gebouwd, verschijnen er ook steeds meer bedrijfsverzamelgebouwen.

IBM Kantoor, Uithoorn
3. Glazen dozen en cellenkantoren 1955-1965
De technologische vooruitgang en economische groei veroorzaken een forse toename van het kantoorpersoneel. Managers van expanderende bedrijven doen voor de bedrijfsvoering een beroep op een groeiend leger kantoorwerkers. En ook de overheid is een belangrijke aanjager van de kantorenmarkt. Zij zoekt huisvesting voor de administratie van de verzorgingsstaat. De kantoren worden een maatje groter en glas, staal, beton, prefab bouwonderdelen, airco en kunstlicht doen hun intrede. Wie er bij wil horen, neemt zijn intrek in een modern, functioneel gebouw met een zakelijke en technische uitstraling.

Centraal Beheer, Apeldoorn
4. Kantoortuinen en grote gebaren 1965-1975
De samenleving wordt minder hiërarchisch. Op kantoor ontstaan nieuwe overlegstructuren. Niet alle communicatie verloopt meer via de lijn. De organisaties worden platter en dat komt ook tot uitdrukking in het kantoorconcept. Uit deze tijd stamt de open en vrij indeelbare kantoortuin, waar eilandjes van bureaus van elkaar worden gescheiden door plantenbakken of lage kastwanden. Ook aan de buitenkant verandert het kantoor. De relatief eenvoudig doosvormige kantoren maken plaats voor composities van elkaar kruisende geometrische vormen en boven waterpartijen zwevende vleugels. Door de hoge grondprijzen zwermen de kantoren naar buiten de stad en naar buiten de Randstad.

World Trade Centre, Rotterdam
5. Humane en flexibele (verhuur)kantoren 1975-1985
De energiecrisis en economische crisis luiden een volgende fase in. Isolatie en klimaatbeheersing worden de nieuwe kernwaarden. In de steden verrijzen zonreflecterende glazen dozen. Binnen ontstaan mengvormen van het cellenconcept en de kantoortuin. De relatie tussen gebruiker en gebouw wordt losser. Door de economische crisis willen bedrijven sneller kunnen schakelen in hun huisvestingskosten. Het verhuurkantoor doet zijn intrede als beleggingsobject. De verschijningsvorm van het verhuurkantoor is modieus, maar niet echt uitgesproken. Vele mogelijke gebruikers moeten zich er thuis kunnen voelen.

Willemswerf, Rotterdam
6. Corporate identity en kantoorwijken 1985-1995
Met het opleven van de economie is er weer ruimte voor de corporate identity van bedrijven. Als je wat voorstelt, moet je gezien kunnen worden. Liefst op een zichtlocatie. De kantoren gaan de hoogte in en high tech innovaties bepalen de gebouwvorm, de gevelconstructie en het binnenklimaat. Smart buildings heten ze. Maar de term sick building stamt ook uit deze tijd. Tegenover de gelikte technische hoogstandjes beperkt de architectuur in de verhuursector zicht tot dertien in een dozijn. Een flexibele invulling staat voorop. Aan de stadsranden verschijnen monofunctionele kantoorwijken die ‘s avonds uitgestorven zijn.

LEF future center Rijkswaterstaat, Utrecht
7. Flexibele en virtuele kantoren 1995-2005
Razendsnelle ontwikkelingen in de informatietechnologie veroorzaken een nieuwe revolutie. Je werkplek is waar je bent. Niet langer zijn de functies bepalend voor de inrichting van kantoren, maar de werkzaamheden. Er komen conference rooms, informele overlegruimtes, stilteplekken en concentratiecockpits. De economie piekt en bedrijven willen een mondiaal visitekaartje. De architectuur is experimenteel en in het interieur is er veel aandacht voor zachte factoren als atmosfeer en welbevinden. Dure binnensteden en stationslocaties zijn weer populair, evenals spectaculaire herbestemmingen van gebouwen met historische kwaliteiten. De sky is de limit, tot in 2007 een diepe crisis uitbreekt en er een (voorlopig) einde komt aan de gloriejaren van de kantorenbouw.

Het gebouwloze kantoor 2005-2015?
Een belangrijke vraag is natuurlijk naar welke kant het kantoor zich verder ontwikkelt. Sommigen voorspellen het einde van het fysieke kantoor zoals wij dat nu kennen. Door het nieuwe werken is er steeds minder m2 kantooroppervlakte per werknemer nodig. Werken doe je steeds vaker thuis. Voor de ontmoeting ga je naar kantoor. Daarbij zijn “koffie, wifi & inspiratie” de belangrijkste ingrediënten. Hier liggen dan ook kansen voor oude, her te bestemmen gebouwen die bijna zonder uitzondering al een eigen onderscheidende sfeer hebben. Maar of dat leidt tot nieuwe tinten grijs, of andere kleuren, blijft vooralsnog een vraag.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s